Hoe laat je het grote publiek kennismaken met wetenschap en techniek?

donderdag 30 april 2020

Waarom vragen naar het waarom?


cartoon van zeer vreemde windmolen met verschillende soorten wieken en vraagtekens
Wat hebben de koppen van sommige  nieuwsberichten en veel tweets van Trump gemeen? Als je er op let zijn ze net iets te vaak als een vraag geformuleerd. Vooral het woordje ‘waarom’ is polulair.

retorisch

De hoofdfunctie van een vraag is om iets te weten te komen van de ander, zoals ‘houd je van sla?’. Een vraag kan ook retorisch zijn: ‘ik ben toch geen konijn?’. Een vraag kan er ook een beetje tussenin zitten. Retorisch, maar toch aan een persoon gericht en desgewenst te beantwoorden: ‘waarom eet je niet vaker sla?’.  Zo kun je proberen iemand een duwtje in een bepaalde richting te geven.

windmolens

In het laatste boek van Bram Vermeer en mijzelf, het geheim van de frisbee, staan 159 hoofdstukjes die allemaal beginnen met een vraag. Een van de vragen is: ‘Waarom hebben moderne windmolens drie wieken in plaats van de traditionele vier?’. In het hoofdstukje beantwoorden we die vraag.

Maar er is meer aan de hand. De vraag verbloemt twee beweringen, namelijk: ‘moderne windmolens hebben drie wieken’ en ‘traditionele windmolens hebben vier wieken’. Nu pas gaat u nadenken en bedenkt u dat er ook andere aantallen wieken mogelijk zijn. U herinnert zich jaren-tachtig-windmolens met twee wieken, Griekse windmolens met acht of twaalf wieken en metalen poldermolentjes met wel 20 of 30 wieken (windmotor of roosmolen genoemd, type Herkules Metallicus).

minfduck

Er is iets geks gebeurd. U werd afgeleid door de vraag en las over de rest van de inhoud heen. Uw gedachten werden gestuurd. Dat werkt zo. De vraag ‘is sla gezond?’ brengt twijfel over, is het gezond of niet? De vraag ‘Waarom is sla gezond?’ neemt juist twijfel weg. De waaromvraag eist alle aandacht op. U gaat zich afvragen of het aan de vitamines, de mineralen of de vezels kan liggen. Door als auteur vast een vraag te formuleren, stuur je de gedachten van de lezer. Dat sla gezond is, staat blijkbaar vast.

De vraag kan ook verstopt worden door het vraagteken weg te laten: ‘Waarom sla een superfood is’. Het kan ook in meer dan één volzin: ‘Sla is het nieuwe superfood. Waarom u het elke dag moet eten’. De werking is hetzelfde. Uw gedachten worden gestuurd.

Het is uiteraard niet de wetenschappelijke manier van formuleren. Een wetenschappelijk artikel zou ‘voedingsstoffen in sla en gezondheidsaspecten van slaconsumptie’ heten, maar dan in het Engels.

bubbeltjesplastic

Een mededeling verpakken in een vraag kan ook bedoeld zijn als verdediging. Wie schrijft dat sla gezond is, zal met bewijzen moeten komen. Wie slechts de vraag stelt of het gezond is, kan daar onmogelijk op worden aangevallen. De boodschap wordt overgebracht, maar de boodschapper is immuun. De waaromvraag is een laag beschermend bubbeltjesplastic om de onderliggende bewering. En het is lang niet de enige manier waarop je een bewering kunt inpakken.

Trump tweette laatst dit:
@realDonaldTrump: I am working hard to expose the corruption and dishonesty in the Lamestream Media. That part is easy, the hard part is WHY? 
@realDonaldTrump: Ik ben druk bezig om de corruptie en oneerlijkheid van de Waardeloze Media aan het licht te brengen. Dat is het gemakkelijke deel, het moeilijke deel is WAAROM?
ui

Let op het gebruik van het woordje waarom. Deze tweet is uit schillen opgebouwd, als een ui. Het hart is de bewering ‘de media zijn waardeloos’ middels de woordspeling Lamestream Media. Die boodschap is verpakt in een beschuldiging: ‘de waardeloze media zijn corrupt en oneerlijk’. Die is op zijn beurt verpakt in de breed gedeelde wens om corruptie en oneerlijkheid aan het licht te brengen. Vervolgens zegt Trump dat hij hard aan het werkt is om dat te doen. En vervolgens stelt hij dat dat een makkelijke klus is. En daaroverheen als het buitenste velletje van de ui: de vraag WAAROM. Deze ui zit ook nog in een geel plastic netje: het waarom is het moeilijke deel.

Er kwamen heel wat kritische reacties op deze tweet. De meeste gaan over het al dan niet harde werken van Trump of over de vermeende corruptie van de media. De kern, Lamestream Media, wordt beschermd door vijf lagen pakpapier, kippengaas en plakband, als een ouderwetse sinterklaassurprise. Al je één van de lagen er uitpikt om aan te vallen, blijven de andere overeind. Om het ‘betoog’ van Trump onderuit te halen moet je alle lagen bekritiseren. Nog een parallel met een ui: als je gaat pellen, komen de tranen vanzelf.

Waardeloze Media

Verslaggevers en interviewers hebben ook een handje van het inpakken van boodschappen in hun vragen. Vooral live op televisie. Dit fictieve voorbeeld is misschien wat stijl betreft herkenbaar:
Door het historische verlies tegen club X zijn de kansen op de Champions League verkeken. U kent de berichten dat het clubbestuur geen vertrouwen meer in u heeft na uw besluit om die-en-die niet op te stellen. Waarom houdt u de eer niet aan uzelf?
Een hele reeks boodschappen zijn geïmplanteerd in de gedachten van de kijker. De waaromvraag is een hele valse. Hij suggereert dat er twee opties zijn, zelf opstappen of ontslagen worden. Hoe moet de arme man zich verdedigen?  ‘Ik heb zie geen enkele aanleiding om te vertrekken’, ’die-en-die was nou eenmaal niet fit genoeg’, ‘het bestuur steunt mij’, of ‘ook als we gewonnen hadden, waren we niet zeker van plaatsing’. Hij moet kiezen, want de verslaggever zal hem halverwege de eerste volzin alweer onderbreken. De overige elementen in de vraag blijven dan onweersproken. En wie zwijgt, stemt toe.  Intussen heeft de verslaggever zelf niets gezegd waarop hij aan te vallen is. Hij verschuilt zich achter ‘de berichten’. Oneerlijk. Waardeloze Media.

zaterdag 18 april 2020

Doublespeak


cartoon van een suikerbiet op een bord, tekstballonnen: "neem een suikerbiet, gezond!" en "als er maar geen toegevoegde suiker in zit!"
Doublespeak staat voor taalgebruik dat doelbewust probeert de betekenis van wat er gezegd wordt te maskeren, te verdraaien, te vervormen of om te keren.

Doublespeak is de heilige graal van de marketing. ‘Geen toegevoegde suiker’ is misschien wel het bekendste voorbeeld van doublespeak in de reclame. Geen suiker betekent wel suiker. Slecht voor u is goed voor u. Miljoenen aan voorlichtingscampagnes over gezonde voeding, verplichte etikettering en regelmatig kritische aandacht in de media zijn niet in staat gebleken de kracht van het label ‘geen toegevoegde suiker’ te verminderen.

En wat dacht u van het woord ‘frisdrank’ dat in 1959 werd bedacht door reclamemaker Dick Schiferli? Een gouden vondst, maar toch echt minder fris dan een glaasje water. Wanneer er iets heel nieuws op de wereld verschijnt, is een nieuwe term nodig. Dat is bij uitstek de gelegenheid om fraaie doublespeak te verankeren in de taal. Als het lukt, is het miljarden waard.

Slim


De ‘slimme speaker’ is zo’n nieuw apparaat. Het is een speaker, een apparaat dat geluid maakt. De toevoeging ‘slim’ kun je niet weglaten als je het erover wilt hebben, want dan is het een gewone speaker – slim bedacht. Het woordje slim heeft een zeer positieve connotatie. Iedereen wil slim zijn of minstens slim gevonden worden.

Is die speaker werkelijk slim? Nauwelijks. De echte slimheid zit achter het internet, in de data-oogstmachinerie van Google en Amazon, in de mega-serverparken en geheime algoritmes.

En is het wel een speaker? Het produceren van geluid is bijzaak. Het hoofddoel is naar de consument luisteren en opdrachten uitvoeren. Op slimmespeakerinfo.nl zeggen ze het zo:

“Kun je het je voorstellen? Je roept in de woonkamer: ‘Bestel twee pizza’s Hawaï’. Een halfuurtje later staat de koerier aan de deur met daadwerkelijk twee pizza’s Hawaï. De slimme speaker heeft ze voor je besteld. Super handig toch?”

Dat klinkt mooi, maar elk geluid wat je maakt in je huiskamer wordt afgeluisterd: de woorden die je uitspreekt, je huilen en je lachen, de muziek die je speelt op je gitaar. De fabrikant filtert de commando’s eruit. Hopelijk heeft hij het fatsoen en de kundigheid om dat correct toe doen. Maar gaat dat goed? En in de toekomst? Hoe kan de fabrikant überhaupt weten welke brokjes van jouw geluid jij geschikt vindt om te delen?

Vervolgens wordt het commando uitgevoerd. Vroeger bestelde je heerlijke Italiaanse pizza bij Ciao Sorella in Diemen, nu krijg je opeens vette Amerikaanse lappen van Domino’s. Hebben die een deal met Amazon? Ben jij de baas over de technologie, of is het technologiebedrijf de baas over jou? Het feit dat je geen abonnementskosten betaalt voor deze complexe dienst zegt heel wat.

Slimme speakers, slimme elektriciteitsmeters, slimme thermostaten, smart TV, slimme koelkast, smart home, zijn die apparaten nou zo slim of is de consument zo dom?

Sociaal


Misschien is het begrip sociale media wel het meest waardevolle neologisme van de laatste eeuw. Het woord sociaal is wederom zeer positief. Iedereen wil sociaal zijn of sociaal gevonden worden. Het sociaal zijn wordt hoogst gewaardeerd in collega’s, potentiele partners en medemensen in het algemeen. Hadden we geen beter woord kunnen verzinnen voor deze bonte verzameling software, die ook nog eens gecontroleerd wordt door datarovende, privacyschendende en adverteerdergestuurde multinationals? De vlag dekt de lading niet. Doublespeak.

De laatste aanwinst op dit gebied is social distancing. Het is de bedoeling dat we anderhalve meter afstand bewaren. Fysieke afstand. In de vakliteratuur noemt men het dan ook physical distancing  (lijfelijk afstand houden), maar het begrip social distancing is al ingeburgerd in het dagelijks taalgebruik. Sociaal komen we in deze tijd van intelligente lockdown misschien wel juist dichter bij elkaar. Mede dankzij onze social media en smart phones. Dat dan weer wel.

1984


Heeft u het boek ‘1984’ van George Orwell gelezen? Of heeft u een van de filmbewerkingen, televisieseries, toneelstukken, het hoorspel of de opera gezien? Er valt veel huiveringwekkends uit te leren. In deze roman uit 1949 schetst Orwell een toekomst waarin een totalitaire staat de absolute macht heeft over haar bevolking. Die macht strekt zich zelfs uit tot de gedachtewereld, het denken van haar burgers.

Een kernbegrip uit het boek is doublethink (dubbeldunk) – het vermogen om twee tegenstrijdige zaken tegelijkertijd voor waar te houden. Dat gaat zelfs zo ver dat de tegenstrijdigheid niet eens meer opgemerkt wordt. Handig als de staat de geschiedenis regelmatig herschrijft. Een ander kernbegrip is Newspeak (Nieuwspraak), een geconstrueerde taal die het gewone Engels vervangt. De grammatica is simpel en de woordenschat beperkt. Alleen het regime welgevallige zinnen kunnen ermee worden gemaakt. Het doel van doublethink is dat de partijstandpunten geaccepteerd worden, hoe onzinnig ook. Het doel van Newspeak is om het onmogelijk te maken anders te denken. Slimmespeaker zou zomaar een woord uit Newspeak kunnen zijn. Het klinkt dom om ‘domme slimmespeaker’ te zeggen.

Adspeak


In de reclamewereld wordt bewust of onbewust hard gewerkt aan een eigen versie van Newspeak. De bedoeling van deze taal is dat alle woorden helemaal geen echte betekenis meer hebben, maar alleen nog een gevoel opwekken. Woorden als ambachtelijk, traditioneel, eerlijk, natuurzuiver, ovenvers en ‘zoals Nonna het maakte’ betekenen niets. Duurzaam, verantwoord, nieuw, verbeterd. Wordt daar nog iets mee gezegd? Kreten als de ‘zeven tekenen van veroudering’, de ‘veertien dingen waar tandartsen op letten’, ‘drievoudige werking’ zijn inhoudsloos. Die getallen zijn ontdaan van betekenis, ze zijn alleen nog een vehikel voor een gevoel: betrouwbaar, compleet, beste-van-het-beste. Een hoestdrankje onderdrukt (hopelijk) het hoesten. Drie verschillende soorten hoest verzinnen en dan roepen dat het middel tegen alle drie werkt, is absurd. ‘Geloof in jezelf’ zou een belangrijk advies van een psycholoog kunnen zijn, maar je vindt het in peperdure reclamezendtijd voor uiteenlopende zaken als cosmetica, auto’s en yoghurtdrankjes. Het is gaan betekenen: drink yoghurt, ga de deur niet uit zonder make-up en koop een mooie auto. ‘Omdat je het waard bent’.

Het doel van Adspeak is boodschappen te ontdoen van elke feitelijkheid. Waarom zou je informatie over een product geven als je het ook kan verkopen op basis van emotie alleen? Op inhoudelijke informatie kun je aangevallen worden, maar op emotie niet. Met een beetje geluk win je er een Loden Leeuw mee en verkoopt je product nog beter. Niet zo erg allemaal, kun je denken.

2 + 2 = 5


Maar er is wel een probleem. Het internet staat bol van reclame. YouTube, televisie, radio, apps, overal vind je reclame. Kinderen gebruiken taal die ze tegenkomen voor het uitbreiden van hun eigen taalvaardigheid. Het is van enorm belang dat hun woordenschat, taalgevoel en vermogen tot redeneren zich kunnen ontwikkelen. Woorden en uitdrukkingen die kinderen ergens oppikken, moeten ze elders kunnen toetsen. De vage contouren van betekenis die ze verbinden met een nieuw woord dat ze hebben ontdekt, moeten ze kunnen scherpen. Door zoveel mogelijk inhoud aan de taal te onttrekken, heeft Adspeak een destructief effect op de taalontwikkeling. Wanneer woorden en zinnen geen betekenis, geen logica, geen waarheid en geen context meer hebben, wat dan? Als dat je taal is, hoe kun je je dan later verweren tegen nepnieuws, haatpredikers, charlatans en populisten? Hoe leer je dat taal een betekenis, een inhoud, kan hebben die los staat van de emotie?

Kinderen die veel praten met hun ouders, veel voorgelezen worden, in een huis vol boeken wonen, alleen verantwoorde films en series kijken, zal het wel lukken. Helaas zijn er veel gezinnen bij wie al deze dingen ontbreken. Het taalmilieu is de verantwoordelijkheid van iedereen, dus ook de reclamemaker. Taalontwikkeling gaat overigens je hele leven door, dus ook voor volwassenen is het goed in aanraking te komen met betekenisvol taalgebruik. Een slimme speaker kun je kopen, maar een slimme spreker wordt je niet vanzelf. Een kritische luisteraar ook niet.

De hoofdpersoon uit 1984 verliest uiteindelijk zijn vermogen om onafhankelijk te denken. Als hem gezegd wordt dat twee plus twee gelijk is aan vijf, dan gelooft dat volledig. Niet om zijn beulen te paaien, maar uit overtuiging.

dinsdag 7 april 2020

Nietwetenschap


Bouwhek met spandoek CORONA-MAATREGELEN BOUWPLAATS, pictogrammen met tekst: koorts = niet werken / verkouden = niet werken / 1,5 meter asftand houden / schud geen handen / hoest of nies in binnenkant van je elleboog / deel geen gereedschap met collega’s / was je handen regelmatig / ook in de schaftkeet geldt 1,5 meter afstand, bij voorkeur eten in auto /  max. 2 personen in lift


In de afgelopen tien jaar heb ik honderden kinderen op de #basisschool enthousiast proberen te maken voor #wetenschap. In de naschoolse cursus doen ze scheikundeproefjes, maken ze dingen met elektriciteit,  onderzoeken ze fossielen, ontdekken van alles over het menselijk lichaam en nog veel meer. Voordat we daarmee aan de slag gaan bespreek ik meestal eerst wat wetenschap eigenlijk is, waar wetenschap vandaan komt. En voor mij is dat nieuwsgierigheid, willen weten hoe iets in elkaar steekt, hoe dingen werken.

In de les gebruik ik een voorbeeld. Stel het is zomer, maar het regent. Het komt met bakken uit de lucht. Je bent op vakantie. Wat denk je dan? Je zit je te vervelen in je tentje of in je caravan en je denkt al gauw: wat een pestweer.

Een boer beleeft hetzelfde weer heel anders. Gelukkig is er regen. Het komt helemaal goed met de bieten en de sla. Wat een heerlijk weer.

Tenslotte de wetenschapper. Hij of zij ziet de regen en vraagt zich af: waar komt al dat water vandaan? Raakt het ooit op? Hoe werkt regen? Hoe werkt het weer? Waar komen wolken vandaan?

Sommige kinderen snappen het: wie je bent en wat je doet, bepaalt hoe je ergens tegenaan kijkt. Voor de vakantieganger bederft de regen het plezier, voor de boer bepaalt het zijn succes, voor de wetenschapper is het een bron van interessante vragen.

Voor andere, vooral jongere, kinderen is de boodschap te abstract. Ze beginnen meteen ongevraagd hun kennis over regen en wolken te spuien: de zon laat het water verdampen, meester! Dat ik iets wil uitleggen over verschillende manieren van kijken, gaat langs hen heen.

Het echte wetenschappelijk bedrijf is natuurlijk veel complexer dan alleen doorgeschoten nieuwsgierigheid. Wetenschappers stellen zich niet alleen vragen, maar proberen ze vooral te beantwoorden. Ze lezen werk van hun voorgangers en collega’s. Ze doen onderzoek. Dingen bestuderen, experimenten doen, berekeningen uitvoeren en theorieën bedenken. Publicaties schrijven en discussies voeren. Beleidsmakers adviseren en het grote publiek informeren. Het wetenschappelijk bedrijf is ook zeker niet gebouwd op nieuwsgierigheid alleen. Maatschappelijke relevantie, verwachte economische waarde, ethische overwegingen, kostprijs van het onderzoek, politiek getouwtrek, nationale trots en zelfs een enkele opgeklopte #hype spelen een rol. Wetenschap is ook een zeer sociaal fenomeen. Wetenschap kan niet floreren zonder sterke, vaak wereldwijde samenwerkingsverbanden.

Toch blijft de kern overeind: #nieuwsgierigheid. Het woord wetenschap suggereert dat wetenschappers zich bezig houden met wat we weten. Maar dat is gek genoeg niet zo. Het onderwerp van het wetenschappelijk onderzoek is wat we niet weten. Elke dag staan miljoenen onderzoekers over de hele wereld op om naar hun lab, hun computer of hun schuilhut in de jungle te gaan. Ze doen dat om iets te ontdekken of op te helderen wat we nog niet weten. Over veel onderwerpen is een hoop bekend, maar dan is het de kunst om de juiste vragen te bedenken – wat weten we nog niet? – en daar onderzoek naar te doen.

Het is als een huis in aanbouw. De onderzoekers dragen stenen aan en metselen ze op hun plek. Eigenlijk is de wetenschap niet als één huis, maar als een stad, een gigantische metropool met huizen, paleizen, theaters en fabrieken. Die bouwwerken staan niet los, maar zijn verbonden via wegen, kabels en buizen. Het is één geheel. De wetenschappers zijn de architecten en de bouwvakkers. Ze knappen hier en daar een gevel op, bouwen een extra verdieping op een oud kantoorpand, graven kelders en tunnels of stampen hele nieuwe wijken uit de grond. Een ding is duidelijk: ze zijn altijd aan het werk op plekken waar het niet af is. En zodra het wel af is, vertrekken ze naar een andere plek, in het volste vertrouwen dat ze ook die klus zullen klaren.

De zoektocht van de onderzoeker naar het onbekende staat soms haaks op de zoektocht van ieder mens naar zekerheid, naar houvast. Het voorbeeld van de vakantieganger, de boer en de wetenschapper had in deze tijd van #coronacrisis heel goed vervangen kunnen worden door de nagelstylist, de #burgemeester en de #viroloog. De viroloog onderzoekt het virus, dat wil dus zeggen alle aspecten van het virus die we nog niet kennen. De viroloog wil leren. De burgemeester wil weten of zij dranghekken moet laten aanrukken en de parken moet sluiten. De burgemeester wil controle. De nagelstylist vraagt zich af of ze nog een toekomst heeft in haar vak en of het ooit weer gezellig wordt in haar zaak. Ze wil leven. Ieder bekijkt de crisis vanuit zijn of haar eigen perspectief.

En natuurlijk overlapt dat. We zijn allemaal een beetje toerist, boer en wetenschapper. We weten allemaal iets van virussen, openbare orde en nagels. We willen allemaal leven, een beetje leren en een beetje controle.

Ik sprak laatst een kennis die bijna haar huis niet meer uit durfde. Ze geloofde niet in de anderhalve meter social distancing. De angst zat diep. Na doorvragen bleek dat een opmerking van een viroloog in een televisieprogramma daar veel aan had bijgedragen. Het ging over de besmettelijkheid van het virus en mogelijke rol van kinderen daarin. Hij zei iets als ‘We weten niet hoe het virus zich gedraagt’. Van het heldere en uitgebreide verhaal van de viroloog bleef die ene uitspraak hangen. Als je niet weet hoe de vijand zich gedraagt, hoe kun je je verdedigen? Waarom is anderhalve meter veilig als je niets weet over het gedrag van het virus?

Het is terug te voeren op verschil in perspectief. De viroloog weet dat we heel erg veel wel weten. Hij weet dat je het woord gedrag hier niet letterlijk moet nemen. Een virus is geen kat die opeens rare sprongen maakt die niemand had zien aankomen. We weten wat virussen zijn, we kennen de coronavirusfamilie, we kennen de genetica ervan en hoe die kan muteren. We weten dat het #SARS-CoV-2 virus voorouders  heeft in een bepaalde vleermuissoort. We weten hoe het virus de cellen in ons lichaam binnendringt en welke cellen daar het meest gevoelig voor zijn. We weten heel erg veel over ons immuunsysteem en over ontstekingsreacties. We kunnen virussen en antistoffen aantonen in speeksel, bloed en ontlasting. We weten hoe hoestdruppeltjes zich verspreiden. We kennen met enige nauwkeurigheid de incubatietijd en de variatie in ziekteverloop.  We kunnen meten hoeveel virsusdeeltjes nog door een mondkapje kunnen dringen. Maar de focus van de onderzoeker ligt op wat we niet weten. Wat is de rol van vetcellen bij deze ziekte? Hoe dragen kinderen bij aan de besmetting? Wanneer de onderzoeker zegt: we weten niet hoe het virus zich gedraagt, betekent dat niet dat hij met zijn handen in het haar zit omdat we geen idee hebben wat ons overkomt. Het betekent dat hij precies weet wat hij wil onderzoeken en hoe. Vanuit de wetenschap gezien is het halve werk daarmee al gedaan.

Het is als de bouwvakker die komt kijken naar het gat in het dak boven de babykamer: ik zie het al mevrouw, die hele balk is rot! De thuiswerkende leek schrikt zich een hoedje. Ook dat nog! De angst slaat toe. Maar de vakman weet al hoe hij het gaat aanpakken: welke balk hij waar gaat halen, welke gereedschappen hij nodig heeft en hoe hij de zaak netjes en waterdicht zal opleveren. Het vinden van de rotte balk was al het halve werk. Het perspectief is verschillend.

Zo ook met de viroloog. Het ‘gedrag’ van het virus is onderwerp van onderzoek. De resultaten komen over enkele weken binnen en dan weten we meer.