Hoe laat je het grote publiek kennismaken met wetenschap en techniek?

zaterdag 9 mei 2020

Merkwaardige Metaforen


cartoon: amfora en wijnglazen, pippi langkous en de maan
Op de basisschool geef ik soms les over zwaartekracht. Daarbij vertel ik dat de zwaartekracht op de maan wel zes keer minder is dan op aarde. Dat kun je prima concreet maken met een voorbeeld.  Kun je je kleine zusje in de lucht tillen? Dan kun je op de maan net zo makkelijk je grote dikke buurman boven je hoofd tillen en nog een sprongetje maken ook!

pippi


Voorbeelden zijn fijn. Vooral als je je er een voorstelling bij kunt maken. Je ziet de buurman voor je, je voelt z’n gewicht, je kunt fantaseren hoe het is om als kind zo’n reus op te kunnen tillen. Hoe meer je je in het beeld kunt verplaatsen, hoe beter je het onthoudt en hoe leuker het is om erover te horen. Wie wil er geen kruising zijn van een astronaut en Pippi Langkous?
Wanneer je geen goed voorbeeld kunt verzinnen, is het soms handig een metafoor te gebruiken. Een metafoor is een vergelijking. Iets onbekends (wat je wilt uitleggen) ga je vergelijken met iets wat de lezer al wel kent. Maar pas op met metaforen: een voorbeeld ondersteunt een betoog vaak veel beter dan een matige metafoor!

tom-tom en vals geld


Het volgend fragment vond ik in het personeelsblad van een ziekenhuis.

knipsel: ... Amsterdam UMC gebruikt een soort TomTom, waarmee artsen zien ofde werkzame stof in een pil wel ankomt op de juiste bestemming in het lichaam

Wat is die TomTom voor ding? Gaat het in de patiënt? Heeft de dokter hem om z’n pols? Werken de medicijnen daardoor nu beter? Nemen de pillen minder vaak de verkeerde afslag? Waarom worden we lastig gevallen met die mismaakte metafoor? De teneur is duidelijk: technologie maakt alles beter. Maar verder?
Of wat gedacht van onderstaand citaat over het streng selectief testen op corona-besmetting.

knipsel: Vergelijk het met het opsporen van vals geld, zegt de Tilburgse microbioloog Murk: je kúnt niet elke munt testen. dan vind je het valse geld nooit. je begint dus bij briefjes van 500 euro.

Hoe langer je erover nadenkt, op hoe meer punten de vergelijking mank gaat. Wat moet er eigenlijk uitgelegd worden? Je hebt een beperkt aantal testen waar je zuinig mee wilt omgaan. Dus test je eerst de mensen van wie je vermoedt dat ze besmet zouden kunnen zijn en voor wie het belangrijk is om het te weten. Bijvoorbeeld medewerkers in de zorg voor coronapatiënten. Ziet u weer hoe goed een voorbeeld hier werkt?

schip


De Amerikaanse econoom Henry George beschreef in zijn boek Vooruitgang en Armoede (progress and poverty) uit 1879 als eerste de aarde als een ruimteschip: Het is goed uitgerust, het schip waarop we door de ruimte zeilen.
Dat George over schepen spreekt, is niet verwonderlijk als je bedenkt dat hij direct na de lagere school aanmonsterde als scheepsjongen en een reis rond de wereld maakte.

De metafoor ruimteschip aarde blijft naderhand steeds terugkeren, in de jaren 1950 en 1960 bijvoorbeeld, toen de koude oorlog op z’n heetst was en echte ruimtevaart binnen bereik kwam. Men geloofde dat met technologie alles mogelijk was, maar men begon ook voor het eerst in te zien dat het hele klimaatsysteem van de aarde kon worden beïnvloed. Nadat Roger Revelle had berekend in welke mate de industrie het gehalte CO2 in de atmosfeer deed toenemen, probeerde hij onvermoeibaar het broeikaseffect onder de aandacht te brengen van journalisten en politici. De metafoor ruimteschip aarde deed zijn intrede in het prille klimaatdebat. ‘Earth itself is a space ship’, de aarde zelf is een ruimteschip.
Ruimteschip aarde is ook nu nog een veelgebruikte en krachtige metafoor. Alles klopt eraan. We vliegen ermee door het heelal en we zijn ervan afhankelijk voor onze adem, ons natje en ons droogje. De voorraden (grondstoffen schone lucht) zijn beperkt en erbuiten kunnen we niet leven. Het werkt als metafoor omdat je er meteen een beeld bij hebt. Je ziet jezelf als bemanningslid of passagier. Je voelt de kwetsbaarheid ten opzichte van de oneindige, vijandige, lege ruimte. Je snapt dat de hele mensheid in hetzelfde schuitje zit. Het roept meteen de vraag op: ‘maar wie houdt een oogje in het zeil?’.

tips


Hoe herken je een goede metafoor? Met ‘goed’ bedoel ik hier dat het geschikt is om iets duidelijk te maken. In literatuur en poëzie is dat soms anders, maar in popularisatie van wetenschap en techniek is het de essentie. Je kunt dezelfde tips ook toepassen op voorbeelden. Die moeten aan dezelfde eisen voldoen.
  1. Een metafoor moet beeldend zijn. Het moet een helder en eenduidig beeld oproepen bij de lezer (ruimteschip aarde zoeft door het heelal – ik sta op de maan met mijn obese buurman)
  2. De metafoor moet simpeler en bekender zijn dan het ding zelf (ruimteschip vs. planeet – buurman optillen vs. het abstracte begrip zwaartekracht )
  3. De metafoor of het voorbeeld moet een aanvulling zijn om een concept duidelijk te maken, niet een vervanging van een deel van het betoog.
  4. De metafoor moet uitbreidbaar zijn. Als de lezer zelf conclusies trekt of vragen stelt binnen de metafoor,  moeten die redelijk zinvol zijn in de context van het onderwerp. (wie bestuurt ruimteschip aarde eigenlijk? – kan ik op Jupiter een muis optillen?)
  5.  Pas op met metaforen. Gebruik waar het kan een voorbeeld.

met mate


Een metafoor is de wijn bij een goede maaltijd. Een goede wijn verheft de gerechten en brengt alle smaken samen. Nippend aan je glas krijg het idee dat je de wereld weer een beetje beter begrijpt.

#doeslief


Tenslotte nog een speciale tip voor journalisten. Als een deskundige in een telefonisch interview een ongelukkige metafoor heeft geïmproviseerd, #doeslief en gebruik hem liever niet. Zet informatieoverdracht voorop. Ga niet voor effectbejag. Hier twee voorbeelden die volgens mij beter kunnen. Beide uit de NRC van vorige week zaterdag:

... advies over e-health. "We zijn jaren zwanger geweest van digitale zorg, en door deze pandemie komt het met een keizersnede op de wereld. ..."

En deze:

...Laten we zorgen dat er altijd bedden met beademingsapparatuur zijn, die we meteen kunnen inzetten als het nodig is. Ik zie het als uiterwaarden van een rivier. Ze zijn er, soms zijn ze hard nodig, en je wilt ze niet pas gaan graven als de rivier overstroomt.
Zwanger van digitale zorg? Uiterwaarden graven?

Heb je opmerkingen of voorbeelden van betere of slechtere metaforen in de media? Laat een commentaar achter!

donderdag 30 april 2020

Waarom vragen naar het waarom?


cartoon van zeer vreemde windmolen met verschillende soorten wieken en vraagtekens
Wat hebben de koppen van sommige  nieuwsberichten en veel tweets van Trump gemeen? Als je er op let zijn ze net iets te vaak als een vraag geformuleerd. Vooral het woordje ‘waarom’ is polulair.

retorisch

De hoofdfunctie van een vraag is om iets te weten te komen van de ander, zoals ‘houd je van sla?’. Een vraag kan ook retorisch zijn: ‘ik ben toch geen konijn?’. Een vraag kan er ook een beetje tussenin zitten. Retorisch, maar toch aan een persoon gericht en desgewenst te beantwoorden: ‘waarom eet je niet vaker sla?’.  Zo kun je proberen iemand een duwtje in een bepaalde richting te geven.

windmolens

In het laatste boek van Bram Vermeer en mijzelf, het geheim van de frisbee, staan 159 hoofdstukjes die allemaal beginnen met een vraag. Een van de vragen is: ‘Waarom hebben moderne windmolens drie wieken in plaats van de traditionele vier?’. In het hoofdstukje beantwoorden we die vraag.

Maar er is meer aan de hand. De vraag verbloemt twee beweringen, namelijk: ‘moderne windmolens hebben drie wieken’ en ‘traditionele windmolens hebben vier wieken’. Nu pas gaat u nadenken en bedenkt u dat er ook andere aantallen wieken mogelijk zijn. U herinnert zich jaren-tachtig-windmolens met twee wieken, Griekse windmolens met acht of twaalf wieken en metalen poldermolentjes met wel 20 of 30 wieken (windmotor of roosmolen genoemd, type Herkules Metallicus).

minfduck

Er is iets geks gebeurd. U werd afgeleid door de vraag en las over de rest van de inhoud heen. Uw gedachten werden gestuurd. Dat werkt zo. De vraag ‘is sla gezond?’ brengt twijfel over, is het gezond of niet? De vraag ‘Waarom is sla gezond?’ neemt juist twijfel weg. De waaromvraag eist alle aandacht op. U gaat zich afvragen of het aan de vitamines, de mineralen of de vezels kan liggen. Door als auteur vast een vraag te formuleren, stuur je de gedachten van de lezer. Dat sla gezond is, staat blijkbaar vast.

De vraag kan ook verstopt worden door het vraagteken weg te laten: ‘Waarom sla een superfood is’. Het kan ook in meer dan één volzin: ‘Sla is het nieuwe superfood. Waarom u het elke dag moet eten’. De werking is hetzelfde. Uw gedachten worden gestuurd.

Het is uiteraard niet de wetenschappelijke manier van formuleren. Een wetenschappelijk artikel zou ‘voedingsstoffen in sla en gezondheidsaspecten van slaconsumptie’ heten, maar dan in het Engels.

bubbeltjesplastic

Een mededeling verpakken in een vraag kan ook bedoeld zijn als verdediging. Wie schrijft dat sla gezond is, zal met bewijzen moeten komen. Wie slechts de vraag stelt of het gezond is, kan daar onmogelijk op worden aangevallen. De boodschap wordt overgebracht, maar de boodschapper is immuun. De waaromvraag is een laag beschermend bubbeltjesplastic om de onderliggende bewering. En het is lang niet de enige manier waarop je een bewering kunt inpakken.

Trump tweette laatst dit:
@realDonaldTrump: I am working hard to expose the corruption and dishonesty in the Lamestream Media. That part is easy, the hard part is WHY? 
@realDonaldTrump: Ik ben druk bezig om de corruptie en oneerlijkheid van de Waardeloze Media aan het licht te brengen. Dat is het gemakkelijke deel, het moeilijke deel is WAAROM?
ui

Let op het gebruik van het woordje waarom. Deze tweet is uit schillen opgebouwd, als een ui. Het hart is de bewering ‘de media zijn waardeloos’ middels de woordspeling Lamestream Media. Die boodschap is verpakt in een beschuldiging: ‘de waardeloze media zijn corrupt en oneerlijk’. Die is op zijn beurt verpakt in de breed gedeelde wens om corruptie en oneerlijkheid aan het licht te brengen. Vervolgens zegt Trump dat hij hard aan het werkt is om dat te doen. En vervolgens stelt hij dat dat een makkelijke klus is. En daaroverheen als het buitenste velletje van de ui: de vraag WAAROM. Deze ui zit ook nog in een geel plastic netje: het waarom is het moeilijke deel.

Er kwamen heel wat kritische reacties op deze tweet. De meeste gaan over het al dan niet harde werken van Trump of over de vermeende corruptie van de media. De kern, Lamestream Media, wordt beschermd door vijf lagen pakpapier, kippengaas en plakband, als een ouderwetse sinterklaassurprise. Al je één van de lagen er uitpikt om aan te vallen, blijven de andere overeind. Om het ‘betoog’ van Trump onderuit te halen moet je alle lagen bekritiseren. Nog een parallel met een ui: als je gaat pellen, komen de tranen vanzelf.

Waardeloze Media

Verslaggevers en interviewers hebben ook een handje van het inpakken van boodschappen in hun vragen. Vooral live op televisie. Dit fictieve voorbeeld is misschien wat stijl betreft herkenbaar:
Door het historische verlies tegen club X zijn de kansen op de Champions League verkeken. U kent de berichten dat het clubbestuur geen vertrouwen meer in u heeft na uw besluit om die-en-die niet op te stellen. Waarom houdt u de eer niet aan uzelf?
Een hele reeks boodschappen zijn geïmplanteerd in de gedachten van de kijker. De waaromvraag is een hele valse. Hij suggereert dat er twee opties zijn, zelf opstappen of ontslagen worden. Hoe moet de arme man zich verdedigen?  ‘Ik heb zie geen enkele aanleiding om te vertrekken’, ’die-en-die was nou eenmaal niet fit genoeg’, ‘het bestuur steunt mij’, of ‘ook als we gewonnen hadden, waren we niet zeker van plaatsing’. Hij moet kiezen, want de verslaggever zal hem halverwege de eerste volzin alweer onderbreken. De overige elementen in de vraag blijven dan onweersproken. En wie zwijgt, stemt toe.  Intussen heeft de verslaggever zelf niets gezegd waarop hij aan te vallen is. Hij verschuilt zich achter ‘de berichten’. Oneerlijk. Waardeloze Media.

zaterdag 18 april 2020

Doublespeak


cartoon van een suikerbiet op een bord, tekstballonnen: "neem een suikerbiet, gezond!" en "als er maar geen toegevoegde suiker in zit!"
Doublespeak staat voor taalgebruik dat doelbewust probeert de betekenis van wat er gezegd wordt te maskeren, te verdraaien, te vervormen of om te keren.

Doublespeak is de heilige graal van de marketing. ‘Geen toegevoegde suiker’ is misschien wel het bekendste voorbeeld van doublespeak in de reclame. Geen suiker betekent wel suiker. Slecht voor u is goed voor u. Miljoenen aan voorlichtingscampagnes over gezonde voeding, verplichte etikettering en regelmatig kritische aandacht in de media zijn niet in staat gebleken de kracht van het label ‘geen toegevoegde suiker’ te verminderen.

En wat dacht u van het woord ‘frisdrank’ dat in 1959 werd bedacht door reclamemaker Dick Schiferli? Een gouden vondst, maar toch echt minder fris dan een glaasje water. Wanneer er iets heel nieuws op de wereld verschijnt, is een nieuwe term nodig. Dat is bij uitstek de gelegenheid om fraaie doublespeak te verankeren in de taal. Als het lukt, is het miljarden waard.

Slim


De ‘slimme speaker’ is zo’n nieuw apparaat. Het is een speaker, een apparaat dat geluid maakt. De toevoeging ‘slim’ kun je niet weglaten als je het erover wilt hebben, want dan is het een gewone speaker – slim bedacht. Het woordje slim heeft een zeer positieve connotatie. Iedereen wil slim zijn of minstens slim gevonden worden.

Is die speaker werkelijk slim? Nauwelijks. De echte slimheid zit achter het internet, in de data-oogstmachinerie van Google en Amazon, in de mega-serverparken en geheime algoritmes.

En is het wel een speaker? Het produceren van geluid is bijzaak. Het hoofddoel is naar de consument luisteren en opdrachten uitvoeren. Op slimmespeakerinfo.nl zeggen ze het zo:

“Kun je het je voorstellen? Je roept in de woonkamer: ‘Bestel twee pizza’s Hawaï’. Een halfuurtje later staat de koerier aan de deur met daadwerkelijk twee pizza’s Hawaï. De slimme speaker heeft ze voor je besteld. Super handig toch?”

Dat klinkt mooi, maar elk geluid wat je maakt in je huiskamer wordt afgeluisterd: de woorden die je uitspreekt, je huilen en je lachen, de muziek die je speelt op je gitaar. De fabrikant filtert de commando’s eruit. Hopelijk heeft hij het fatsoen en de kundigheid om dat correct toe doen. Maar gaat dat goed? En in de toekomst? Hoe kan de fabrikant überhaupt weten welke brokjes van jouw geluid jij geschikt vindt om te delen?

Vervolgens wordt het commando uitgevoerd. Vroeger bestelde je heerlijke Italiaanse pizza bij Ciao Sorella in Diemen, nu krijg je opeens vette Amerikaanse lappen van Domino’s. Hebben die een deal met Amazon? Ben jij de baas over de technologie, of is het technologiebedrijf de baas over jou? Het feit dat je geen abonnementskosten betaalt voor deze complexe dienst zegt heel wat.

Slimme speakers, slimme elektriciteitsmeters, slimme thermostaten, smart TV, slimme koelkast, smart home, zijn die apparaten nou zo slim of is de consument zo dom?

Sociaal


Misschien is het begrip sociale media wel het meest waardevolle neologisme van de laatste eeuw. Het woord sociaal is wederom zeer positief. Iedereen wil sociaal zijn of sociaal gevonden worden. Het sociaal zijn wordt hoogst gewaardeerd in collega’s, potentiele partners en medemensen in het algemeen. Hadden we geen beter woord kunnen verzinnen voor deze bonte verzameling software, die ook nog eens gecontroleerd wordt door datarovende, privacyschendende en adverteerdergestuurde multinationals? De vlag dekt de lading niet. Doublespeak.

De laatste aanwinst op dit gebied is social distancing. Het is de bedoeling dat we anderhalve meter afstand bewaren. Fysieke afstand. In de vakliteratuur noemt men het dan ook physical distancing  (lijfelijk afstand houden), maar het begrip social distancing is al ingeburgerd in het dagelijks taalgebruik. Sociaal komen we in deze tijd van intelligente lockdown misschien wel juist dichter bij elkaar. Mede dankzij onze social media en smart phones. Dat dan weer wel.

1984


Heeft u het boek ‘1984’ van George Orwell gelezen? Of heeft u een van de filmbewerkingen, televisieseries, toneelstukken, het hoorspel of de opera gezien? Er valt veel huiveringwekkends uit te leren. In deze roman uit 1949 schetst Orwell een toekomst waarin een totalitaire staat de absolute macht heeft over haar bevolking. Die macht strekt zich zelfs uit tot de gedachtewereld, het denken van haar burgers.

Een kernbegrip uit het boek is doublethink (dubbeldunk) – het vermogen om twee tegenstrijdige zaken tegelijkertijd voor waar te houden. Dat gaat zelfs zo ver dat de tegenstrijdigheid niet eens meer opgemerkt wordt. Handig als de staat de geschiedenis regelmatig herschrijft. Een ander kernbegrip is Newspeak (Nieuwspraak), een geconstrueerde taal die het gewone Engels vervangt. De grammatica is simpel en de woordenschat beperkt. Alleen het regime welgevallige zinnen kunnen ermee worden gemaakt. Het doel van doublethink is dat de partijstandpunten geaccepteerd worden, hoe onzinnig ook. Het doel van Newspeak is om het onmogelijk te maken anders te denken. Slimmespeaker zou zomaar een woord uit Newspeak kunnen zijn. Het klinkt dom om ‘domme slimmespeaker’ te zeggen.

Adspeak


In de reclamewereld wordt bewust of onbewust hard gewerkt aan een eigen versie van Newspeak. De bedoeling van deze taal is dat alle woorden helemaal geen echte betekenis meer hebben, maar alleen nog een gevoel opwekken. Woorden als ambachtelijk, traditioneel, eerlijk, natuurzuiver, ovenvers en ‘zoals Nonna het maakte’ betekenen niets. Duurzaam, verantwoord, nieuw, verbeterd. Wordt daar nog iets mee gezegd? Kreten als de ‘zeven tekenen van veroudering’, de ‘veertien dingen waar tandartsen op letten’, ‘drievoudige werking’ zijn inhoudsloos. Die getallen zijn ontdaan van betekenis, ze zijn alleen nog een vehikel voor een gevoel: betrouwbaar, compleet, beste-van-het-beste. Een hoestdrankje onderdrukt (hopelijk) het hoesten. Drie verschillende soorten hoest verzinnen en dan roepen dat het middel tegen alle drie werkt, is absurd. ‘Geloof in jezelf’ zou een belangrijk advies van een psycholoog kunnen zijn, maar je vindt het in peperdure reclamezendtijd voor uiteenlopende zaken als cosmetica, auto’s en yoghurtdrankjes. Het is gaan betekenen: drink yoghurt, ga de deur niet uit zonder make-up en koop een mooie auto. ‘Omdat je het waard bent’.

Het doel van Adspeak is boodschappen te ontdoen van elke feitelijkheid. Waarom zou je informatie over een product geven als je het ook kan verkopen op basis van emotie alleen? Op inhoudelijke informatie kun je aangevallen worden, maar op emotie niet. Met een beetje geluk win je er een Loden Leeuw mee en verkoopt je product nog beter. Niet zo erg allemaal, kun je denken.

2 + 2 = 5


Maar er is wel een probleem. Het internet staat bol van reclame. YouTube, televisie, radio, apps, overal vind je reclame. Kinderen gebruiken taal die ze tegenkomen voor het uitbreiden van hun eigen taalvaardigheid. Het is van enorm belang dat hun woordenschat, taalgevoel en vermogen tot redeneren zich kunnen ontwikkelen. Woorden en uitdrukkingen die kinderen ergens oppikken, moeten ze elders kunnen toetsen. De vage contouren van betekenis die ze verbinden met een nieuw woord dat ze hebben ontdekt, moeten ze kunnen scherpen. Door zoveel mogelijk inhoud aan de taal te onttrekken, heeft Adspeak een destructief effect op de taalontwikkeling. Wanneer woorden en zinnen geen betekenis, geen logica, geen waarheid en geen context meer hebben, wat dan? Als dat je taal is, hoe kun je je dan later verweren tegen nepnieuws, haatpredikers, charlatans en populisten? Hoe leer je dat taal een betekenis, een inhoud, kan hebben die los staat van de emotie?

Kinderen die veel praten met hun ouders, veel voorgelezen worden, in een huis vol boeken wonen, alleen verantwoorde films en series kijken, zal het wel lukken. Helaas zijn er veel gezinnen bij wie al deze dingen ontbreken. Het taalmilieu is de verantwoordelijkheid van iedereen, dus ook de reclamemaker. Taalontwikkeling gaat overigens je hele leven door, dus ook voor volwassenen is het goed in aanraking te komen met betekenisvol taalgebruik. Een slimme speaker kun je kopen, maar een slimme spreker wordt je niet vanzelf. Een kritische luisteraar ook niet.

De hoofdpersoon uit 1984 verliest uiteindelijk zijn vermogen om onafhankelijk te denken. Als hem gezegd wordt dat twee plus twee gelijk is aan vijf, dan gelooft dat volledig. Niet om zijn beulen te paaien, maar uit overtuiging.

dinsdag 7 april 2020

Nietwetenschap


Bouwhek met spandoek CORONA-MAATREGELEN BOUWPLAATS, pictogrammen met tekst: koorts = niet werken / verkouden = niet werken / 1,5 meter asftand houden / schud geen handen / hoest of nies in binnenkant van je elleboog / deel geen gereedschap met collega’s / was je handen regelmatig / ook in de schaftkeet geldt 1,5 meter afstand, bij voorkeur eten in auto /  max. 2 personen in lift


In de afgelopen tien jaar heb ik honderden kinderen op de #basisschool enthousiast proberen te maken voor #wetenschap. In de naschoolse cursus doen ze scheikundeproefjes, maken ze dingen met elektriciteit,  onderzoeken ze fossielen, ontdekken van alles over het menselijk lichaam en nog veel meer. Voordat we daarmee aan de slag gaan bespreek ik meestal eerst wat wetenschap eigenlijk is, waar wetenschap vandaan komt. En voor mij is dat nieuwsgierigheid, willen weten hoe iets in elkaar steekt, hoe dingen werken.

In de les gebruik ik een voorbeeld. Stel het is zomer, maar het regent. Het komt met bakken uit de lucht. Je bent op vakantie. Wat denk je dan? Je zit je te vervelen in je tentje of in je caravan en je denkt al gauw: wat een pestweer.

Een boer beleeft hetzelfde weer heel anders. Gelukkig is er regen. Het komt helemaal goed met de bieten en de sla. Wat een heerlijk weer.

Tenslotte de wetenschapper. Hij of zij ziet de regen en vraagt zich af: waar komt al dat water vandaan? Raakt het ooit op? Hoe werkt regen? Hoe werkt het weer? Waar komen wolken vandaan?

Sommige kinderen snappen het: wie je bent en wat je doet, bepaalt hoe je ergens tegenaan kijkt. Voor de vakantieganger bederft de regen het plezier, voor de boer bepaalt het zijn succes, voor de wetenschapper is het een bron van interessante vragen.

Voor andere, vooral jongere, kinderen is de boodschap te abstract. Ze beginnen meteen ongevraagd hun kennis over regen en wolken te spuien: de zon laat het water verdampen, meester! Dat ik iets wil uitleggen over verschillende manieren van kijken, gaat langs hen heen.

Het echte wetenschappelijk bedrijf is natuurlijk veel complexer dan alleen doorgeschoten nieuwsgierigheid. Wetenschappers stellen zich niet alleen vragen, maar proberen ze vooral te beantwoorden. Ze lezen werk van hun voorgangers en collega’s. Ze doen onderzoek. Dingen bestuderen, experimenten doen, berekeningen uitvoeren en theorieën bedenken. Publicaties schrijven en discussies voeren. Beleidsmakers adviseren en het grote publiek informeren. Het wetenschappelijk bedrijf is ook zeker niet gebouwd op nieuwsgierigheid alleen. Maatschappelijke relevantie, verwachte economische waarde, ethische overwegingen, kostprijs van het onderzoek, politiek getouwtrek, nationale trots en zelfs een enkele opgeklopte #hype spelen een rol. Wetenschap is ook een zeer sociaal fenomeen. Wetenschap kan niet floreren zonder sterke, vaak wereldwijde samenwerkingsverbanden.

Toch blijft de kern overeind: #nieuwsgierigheid. Het woord wetenschap suggereert dat wetenschappers zich bezig houden met wat we weten. Maar dat is gek genoeg niet zo. Het onderwerp van het wetenschappelijk onderzoek is wat we niet weten. Elke dag staan miljoenen onderzoekers over de hele wereld op om naar hun lab, hun computer of hun schuilhut in de jungle te gaan. Ze doen dat om iets te ontdekken of op te helderen wat we nog niet weten. Over veel onderwerpen is een hoop bekend, maar dan is het de kunst om de juiste vragen te bedenken – wat weten we nog niet? – en daar onderzoek naar te doen.

Het is als een huis in aanbouw. De onderzoekers dragen stenen aan en metselen ze op hun plek. Eigenlijk is de wetenschap niet als één huis, maar als een stad, een gigantische metropool met huizen, paleizen, theaters en fabrieken. Die bouwwerken staan niet los, maar zijn verbonden via wegen, kabels en buizen. Het is één geheel. De wetenschappers zijn de architecten en de bouwvakkers. Ze knappen hier en daar een gevel op, bouwen een extra verdieping op een oud kantoorpand, graven kelders en tunnels of stampen hele nieuwe wijken uit de grond. Een ding is duidelijk: ze zijn altijd aan het werk op plekken waar het niet af is. En zodra het wel af is, vertrekken ze naar een andere plek, in het volste vertrouwen dat ze ook die klus zullen klaren.

De zoektocht van de onderzoeker naar het onbekende staat soms haaks op de zoektocht van ieder mens naar zekerheid, naar houvast. Het voorbeeld van de vakantieganger, de boer en de wetenschapper had in deze tijd van #coronacrisis heel goed vervangen kunnen worden door de nagelstylist, de #burgemeester en de #viroloog. De viroloog onderzoekt het virus, dat wil dus zeggen alle aspecten van het virus die we nog niet kennen. De viroloog wil leren. De burgemeester wil weten of zij dranghekken moet laten aanrukken en de parken moet sluiten. De burgemeester wil controle. De nagelstylist vraagt zich af of ze nog een toekomst heeft in haar vak en of het ooit weer gezellig wordt in haar zaak. Ze wil leven. Ieder bekijkt de crisis vanuit zijn of haar eigen perspectief.

En natuurlijk overlapt dat. We zijn allemaal een beetje toerist, boer en wetenschapper. We weten allemaal iets van virussen, openbare orde en nagels. We willen allemaal leven, een beetje leren en een beetje controle.

Ik sprak laatst een kennis die bijna haar huis niet meer uit durfde. Ze geloofde niet in de anderhalve meter social distancing. De angst zat diep. Na doorvragen bleek dat een opmerking van een viroloog in een televisieprogramma daar veel aan had bijgedragen. Het ging over de besmettelijkheid van het virus en mogelijke rol van kinderen daarin. Hij zei iets als ‘We weten niet hoe het virus zich gedraagt’. Van het heldere en uitgebreide verhaal van de viroloog bleef die ene uitspraak hangen. Als je niet weet hoe de vijand zich gedraagt, hoe kun je je verdedigen? Waarom is anderhalve meter veilig als je niets weet over het gedrag van het virus?

Het is terug te voeren op verschil in perspectief. De viroloog weet dat we heel erg veel wel weten. Hij weet dat je het woord gedrag hier niet letterlijk moet nemen. Een virus is geen kat die opeens rare sprongen maakt die niemand had zien aankomen. We weten wat virussen zijn, we kennen de coronavirusfamilie, we kennen de genetica ervan en hoe die kan muteren. We weten dat het #SARS-CoV-2 virus voorouders  heeft in een bepaalde vleermuissoort. We weten hoe het virus de cellen in ons lichaam binnendringt en welke cellen daar het meest gevoelig voor zijn. We weten heel erg veel over ons immuunsysteem en over ontstekingsreacties. We kunnen virussen en antistoffen aantonen in speeksel, bloed en ontlasting. We weten hoe hoestdruppeltjes zich verspreiden. We kennen met enige nauwkeurigheid de incubatietijd en de variatie in ziekteverloop.  We kunnen meten hoeveel virsusdeeltjes nog door een mondkapje kunnen dringen. Maar de focus van de onderzoeker ligt op wat we niet weten. Wat is de rol van vetcellen bij deze ziekte? Hoe dragen kinderen bij aan de besmetting? Wanneer de onderzoeker zegt: we weten niet hoe het virus zich gedraagt, betekent dat niet dat hij met zijn handen in het haar zit omdat we geen idee hebben wat ons overkomt. Het betekent dat hij precies weet wat hij wil onderzoeken en hoe. Vanuit de wetenschap gezien is het halve werk daarmee al gedaan.

Het is als de bouwvakker die komt kijken naar het gat in het dak boven de babykamer: ik zie het al mevrouw, die hele balk is rot! De thuiswerkende leek schrikt zich een hoedje. Ook dat nog! De angst slaat toe. Maar de vakman weet al hoe hij het gaat aanpakken: welke balk hij waar gaat halen, welke gereedschappen hij nodig heeft en hoe hij de zaak netjes en waterdicht zal opleveren. Het vinden van de rotte balk was al het halve werk. Het perspectief is verschillend.

Zo ook met de viroloog. Het ‘gedrag’ van het virus is onderwerp van onderzoek. De resultaten komen over enkele weken binnen en dan weten we meer.

donderdag 26 maart 2020

Snelle Conclusies op Corona Beach


Het is altijd een goed idee om naar de feiten te kijken voordat je een bericht de wereld in stuurt. Elke journalist doet dat naar eer en geweten. Toch gaat het nogal eens fout. Bijvoorbeeld omdat er uit beperkt feitenmateriaal, slechts enkele foto’s of een kort filmpje, vergaande conclusies worden getrokken. Voor de goede orde: het gaat mij er hier niet om of de conclusie klopt of niet, maar of de onderbouwing de conclusie rechtvaardigt.

mensen op het strand

😎Het kan op verschillende manieren mis gaan. De bron van het feitenmateriaal kan vooringenomen zijn. Misschien heeft de fotograaf die de drukte op het strand vastlegde wel de hele dag op de loer gelegen om die ene foto te kunnen schieten. Was het echt zo druk of wilde hij drukte zien?


😬Het materiaal kan gemanipuleerd zijn. Ik doel daarmee niet op nepnieuws, maar bijvoorbeeld op het vervormde perspectief van een telelens, waardoor het lijkt of mensen veel dichter bij elkaar zijn dan in werkelijkheid het geval is.


😶Informatie is onvolledig. Je ziet vijf mensen bij elkaar zitten op een bankje. Maar heeft iemand ze gevraagd of het huisgenoten zijn? Mensen passeren elkaar bij een smal punt op 120 cm in plaats van 150 cm. Misschien houden ze wel even hun adem in om elkaar niet te besmetten? Is dat de enige keer die dag dat ze dat overkwam?


😕Informatie is onvoldoende geanalyseerd. Heeft iemand de stoeptegels tussen de schoenen op de foto geteld om de afstanden tussen de mensen nauwkeurig te bepalen?


😈Informatie is selectief. Er verschijnt een foto van die ene drukke strandopgang. Alle parken, bospaden, dijken, heidevelden en stranden elders in Nederland waar slechts enkele wandelaars rondliepen, krijg je niet te zien.


😴De conclusie wordt niet geverifieerd. Hij lijkt ondersteund door de feiten, maar er wordt niet onderzocht of op andere wijze verkregen feitenmateriaal de conclusie ook ondersteunt, of juist tegenspreekt. Heeft de journalist ook drone-beelden verzameld? Beelden van de beveiligingscamera van de strandtent van de hele dag? Zat er iemand wandelaars te turven?


🙈Er wordt niet geïnventariseerd of er misschien andere conclusies te trekken zijn op basis van dezelfde feiten. Een probleem dat bekend staat als tunnelvisie. Zelfs voor rechercheurs die op dit punt worden getraind en voor fanatieke wie-is-de-mol-kandidaten blijft dit een lastig te vermijden valkuil.


Het trekken van een slecht onderbouwde conclusie is op zichzelf al niet zo goed, maar je mag verwachten dat de gevolgen meevallen als er open over de geldigheid gediscussieerd kan worden. Helaas lukt dat om verschillende redenen in dit geval niet:


💪De conclusie die getrokken wordt op basis van gebrekkig feitenmateriaal wordt zelf gepresenteerd als feit. “Nederland gaat massaal naar het strand”. Elke ruimte voor interpretatie wordt dichtgetimmerd. De auteur kan zelfs in de hoofden van de mensen kijken: “Wandelaars trekken zich niets aan van de richtlijnen”.

😱Er wordt een dikke emotionele saus over het bericht gegoten om het denkvermogen te vertroebelen. Je laat bijvoorbeeld een overwerkte, doodvermoeide verpleegster in tranen vertellen hoe geschrokken ze is van het beeld van al die mensen aan het strand. Je gooit er een paar emotioneel beladen woorden in als “gevaarlijk” of “asociaal”.


😇 Je dwingt iedereen te polariseren. ‘Wij’ zijn brave burgers (slachtoffers) en ‘zij’ zijn het tuig, de aso’s die de brave burgers in het ongeluk storten zonder zich ergens iets van aan te trekken (daders). Openlijk twijfelen aan de conclusies betekent dat je het opneemt voor de daders. Wie durft dat nog in deze tijd reaguurders en social media?


bijna leeg groenteschap

🐹Nog zo’n ding: het hamsteren. We waren allemaal in shock over de beelden van lege schappen in de winkels. Iedereen die boodschappen deed, kon er zelf over meepraten. Het bladerdeeg was op! Er was geen kaneel meer! Gelukkig wel melk, maar van het verkeerde merk! Ongetwijfeld is er gehamsterd. Vast wel. Maar er zijn ook andere conclusies te trekken uit de tekorten. Iedereen moest thuiswerken en de scholen en instellingen voor hoger onderwijs waren dicht. Als je gewend was een broodje te scoren in de kantine van je werk of school. Vergeet het maar. De mensa van de universiteit was dicht. Restaurants, lunchrooms, de La-Place in de bouwmarkt: gesloten. De mensen moesten dus wel naar de supermarkt. Ging je voorheen nog wel eens op je werk of op school naar de WC? Dat moet nu thuis. At je wel eens een snack bij de benzinepomp of de Mc-Drive? Nu je thuiswerkt, kom je daar niet meer zo vaak. Je peuter kreeg elke dag een plak ontbijtkoek, banaan of komkommer in het kinderdagverblijf. Die moet je nu zelf in huis halen. De vrijmibo is virtueel geworden, dus moet je zelf je drankje verzorgen. Zakenreizigers, orkesten op tournee, vakantiegangers, overwinteraars. Ze zijn bijna allemaal teruggekomen en gaan voorlopig niet meer weg. Ze zitten thuis aan de keukentafel aan de gestampte pot. En dan nog al die mensen die nu helemaal niet kunnen werken, van hotelreceptionist tot concertpianist. En dus kochten we met z'n allen plotseling meer eten, meer wc-papier, meer groente en meer koffie. Broodnodig voor al die ex-wereldreizigers, nieuwe werklozen, onvrijwillige thuiswerkers en home school leerlingen. Of dat de lege schappen verklaart? Vast niet helemaal, maar ik heb ook geen pogingen gezien om het uit te zoeken. Heeft iemand cijfers hierover? En wederom: in de media waren hamsteraars al snel aso’s. Wie durft dan nog te zeggen dat hij een extra pak wc-papier, een tros bananen en een pakje bladerdeeg heeft ingeslagen?


🙊Lees dit keurige, schijnbaar genuanceerde artikel dat gisteren op nos.nl verscheen en verbaas je over de tunnelvisie.


🐌In de wetenschap gaan dingen soms langzaam. Veel langzamer dan in de journalistiek – gelukkig. Conclusies onderbouwen is de kern van het wetenschappelijk proces. Valideren, verifiëren, weerleggen, nuanceren. Een open discussie voeren. Vermijden van emotie en polarisatie. Kwaliteitscontrole door peer review. Onderzoek dupliceren. Experimenten doen en met voorspelde uitkomsten vergelijken. Vooringenomenheid elimineren door dubbelblind onderzoek. Aannames blootleggen. Echte feiten verzamelen. Gecontroleerde getallen. Loepzuivere redeneringen. Representativiteit en gedegen statistiek. Onderbouwde conclusies onder vermelding van alle gebruikte feiten, redeneringen, onzekerheden en aannames. Dat is nou kennis.

zaterdag 21 maart 2020

Corona in kleur - update

Een korte update na mijn eerdere post. Vanochtend zag ik dat de Engelstalige Wikipedia is overgestapt op een wereldkaartje met het aantal besmettingen per hoofd van de bevolking. Hebben ze mijn bijdrage ontdekt? Nu de Nederlandse editie nog en de NOS.
wereldkaart met besmettinngen per land per hoofd
Het Parool opende gisteren met deze voorpagina. Daar snappen ze het nog niet.
voorpagina parool 20 maart - grafiekjes besmettigen per land

vrijdag 20 maart 2020

Het lichte gewicht van een cliché

antieke weegschaal

Wat weegt meer – een kilo lood of een kilo veren? Dat zou een vraag kunnen zijn uit een wetenschapsquiz voor kinderen. Iedereen weet het antwoord zonder na te denken. Het is basiskennis. We hebben het zo vaak gehoord dat het een cliché is geworden. ‘Evenveel!’ roept elke basisschoolleerling.

Maar klopt dat wel? Wat is het juiste antwoord? En waarom?

Het wordt lastiger als ik de vraag een beetje anders stel: Wat weegt meer, een kilo olijfolie (extra vergine) of een kilo heliumballonnen?’ Nu is het al minder duidelijk. Het cliché is doorbroken. Enig nadenken is vereist. Help!

Het probleem zit hem in de vraagstelling. Er zijn definities nodig van alle onderdelen van de vraag. Pas daarna kunnen we het antwoord gaan bepalen. Lood, veren en olijfolie kennen we. Geen toelichting nodig. De heliumballonnen zijn netjes opgeblazen met helium en dichtgeknoopt. Je ziet het voor je. De overige begrippen in de vraagstelling zijn veel abstracter: wegen en kilo.

Een kilo lezen we hier als kilogram. De kilogram is een maat voor een bepaalde hoeveelheid materie, te weten de massa ervan. In dit geval sluiten we maar even uit dat het experiment misschien plaatsvindt in een voertuig dat met bijna de snelheid van het licht rondjes rijdt. Einstein laten we er dus buiten. We nemen voor de massa gewoon de rustmassa van het voorwerp. Een kilogram dus.

Het werkwoord wegen kennen we ook, maar we moeten wel vastleggen hoe en waar we wegen. Om te beginnen: het gemak dient de mens, dus we gaan wegen op aarde. Om precies te zijn bij mij thuis in de keuken. Iedereen weet dat alles minder weegt op de maan. Daar trappen we niet in. En we gebruiken gewoon mijn keukenweegschaal.

Tot zover de definities. Nu de theorie. De weegschaal meet de kracht die op de bovenkant van het plateau wordt uitgeoefend. Wanneer ik er een kilopak suiker opleg, gebeurt er bij benadering dit: de zwaartekracht van de aarde trekt de suiker naar beneden met een kracht F die gelijk is aan massa m vermenigvuldigd met de valversnelling g. In formule F = m x g. Om de massa van de suiker uit te rekenen, hoeft de weegschaal alleen maar de gemeten kracht te delen door de van fabriekswege voorgeprogrammeerde valversnelling g en voilà de display toont een getal ergens in de buurt van 1000 gram. Maar de keukenweegschaal staat niet in het luchtledige. De kracht die het pak suiker uitoefent op mijn weegschaal wordt verminderd met het gewicht van de lucht die het verplaatst. Dat is de opwaartse kracht. Archimedes wist er al van. Als je weet wat het volume is van een gram suiker en het volume van een gram lucht, kun je de bijdrage van de opwaartse kracht uitrekenen. Voor het pak suiker komt dat neer op een verschil van 0,8 gram. Nauwelijks meetbaar met mijn keukenweegschaal. De cheesecake van mijn vrouw zal er niet door mislukken.

Bij een kilo lood is de afwijking nog minder dan bij suiker: 0,1 gram. Hoeveel volume een kilo veren precies inneemt, is helaas lastig vast te stellen. In plaats daarvan gebruik ik een kilo piepschuim van ongeveer 40 liter. Als we dat gaan wegen is de afwijking meer dan 50 gram! De volgende stelling is dus te verdedigen: een kilo lood weegt 50 gram meer dan een kilo piepschuim.

Is er iets mis met de weegschaal? Nee. Ik kan ook een ouderwetse balans nemen met twee schalen. Op de linker schaal leg ik een kilo lood en op de rechter een kilo piepschuim. De balans slaat uit naar links. Het lood weegt meer.

Bij heliumballonnen versus olijfolie is het nog veel erger. Een kilo helium neemt 5000 liter in. De opwaartse kracht is genoeg om een gietijzeren weegschaal van 7 kilo de lucht in te tillen. Dat lukt je niet met olijfolie.

Misschien is dit een beetje flauw voorbeeld, maar in het wetenschappelijk onderzoek speelt dit probleem altijd. Wat onderzoek je precies? Je kunt alleen zinnige conclusies trekken en uitkomsten van verschillende onderzoeken vergelijken, als je precies weet waar je het over hebt. Definities moeten worden vastgelegd. Procedures moeten worden beschreven en waar mogelijk gestandaardiseerd. Als de omgeving een rol speelt (zoals de luchtdruk in mijn keuken), moet dat keurig worden gedocumenteerd. Voor wetenschappers spreekt dat vanzelf. Maar voor journalisten, schrijvers en quizredacteuren die wetenschap willen populariseren is het een groot dilemma. Niemand zit te wachten op saaie definities, muggenzifterij over luchtdruk of gecompliceerde technische beschrijvingen van weegprocedures. Hoofdzaken graag! Het gevaar is dat meteen naar de resultaten springen het wetenschappelijk werk tekort doet. Als de lezer (bewust of onbewust) andere definities hanteert dan de schrijver, kan deze hem niet overtuigen. En dat wordt nog duizend keer verergerd door clichés: dingen die je voor waar aanneemt zonder ooit na te denken over wat er nou eigenlijk staat. Clichés schakelen elk kritisch denkvermogen uit. Juist om die reden zijn ze voor een schrijver heel verleidelijk. Je krijgt geen tegenspraak. Je denkt dat je je publiek hebt overtuigd, maar in werkelijkheid heb je het verdoofd. Vermijd clichés.

dinsdag 17 maart 2020

Corona in kleur

Hoe leg je uit waar de coronacrisis het allerergst is?

We volgen met z'n allen al wekenlang het nieuws over het nieuwe coranavirus SARS-CoV-2. Land na land werd de afgelopen tijd getroffen. Het aantal patiënten met de bijbehorende ziekte COVID-19 neemt wereldwijd toe. In elke talkshow is wel een viroloog of epidemioloog te vinden om uitleg te geven bij de verspreiding van het virus. Premier Rutte benadrukt terecht het belang van luisteren naar de experts op dit gebied.

Maar in welke vorm bereikt de informatie van die experts het grote publiek? Het zijn vaak de plaatjes die het meest bijblijven en onbewust ook de meeste invloed hebben. De NOS toont in een live blog elke dag een nieuw wereldkaartje met de actuele stand van de besmettingen. Zulke kaartjes vind je ook terug op bijvoorbeeld wikipedia. Hieronder het kaartje van 2 maart.



Je ziet China en Iran nachtmerrie-achtig donkerrood, Frankrijk en Duitsland best-ook-wel-donkerrood, Nederland enigszins geruststellend donkerrose. San Marino is een lichtroze lichtpuntje in Europa net als Vatikaanstad. De conclusie lijkt duidelijk: een trip naar China of Italië is levensgevaarlijk. De keuze van de vormgever voor de kleur rood versterkt het idee van gevaar. Maar hoeveel zegt zo’n kaartje nou écht? ter vergelijking het kaartje van vandaag, 17 maart:

China, Italië en nu ook Iran lijken de gevaarlijkste plekken. Maar hoe erg de crisis in een land is, hangt af van het aantal zieke patiënten per beschikbaar ziekenhuisbed. Er zijn geen cijfers te vinden over het aantal bedden en ook niet over het aantal zieken. Ik hoor je denken: maar daar is toch elke dag die update van? Inderdaad verwerkt de NOS elke dag de actuele gegevens van de WHO in het bekende kaartje. Maar die getallen zijn het totaal aantal positief geteste patiënten. In Nederland worden huisgenoten niet getest en dus ook niet meegeteld. Verkouden thuiszitters worden ook niet getest en dus niet geteld.

In veel landen, waaronder Nederland, worden alleen de nieuwe besmettingen gemeld. Er wordt niet bijgehouden of patiënten alweer genezen zijn. Hoeveel mensen tegelijkertijd ziek zijn weten we daarom niet. Er kunnen niet alleen meer, maar ook best heel veel minder patiënten zijn dan je op basis van de getallen zou denken. Vooral in China is dit het geval, want daar waart het virus al wat langer rond en zijn er dus ook meer patiënten weer naar huis. Er komen ook niet veel nieuwe besmettingen meer bij, dus de genomen maatregelen lijken daar te werken.


Een groot land heeft meer bedden en kan dus meer zieken aan. Dat lijkt logisch, maar dat zie je niet terug in het kaartje. We gaan even voorbij aan het feit dat je besmettelijke patiënten niet over grote afstanden wilt vervoeren. In Brabant komen ziekenhuizen in de knel, ondanks dat er bedden genoeg zijn in Groningen. In een enorm land als China speelt dat nog veel sterker. 

Als we toch bij gebrek aan beter een recente schatting van de bevolkingsgrootte per land meewegen, komt de wereld er heel anders uit te zien:

Nederland is China al voorbij (1 positief geteste op 12000 inwoners, China 1:17000). Bovenaan het lijstje komen San Marino (1:300) en Vatikaanstad (1:800). Dat zijn kleine landjes, maar toch. In Vatikaanstad is er letterlijk één vastgestelde besmetting op de 800 mensen die er wonen.
Van de grote landen zijn IJsland (1:1800) en Italië (1:2000) de landen met of de meeste besmettingen. Waarom is er wel een inreisverbod vanuit China, maar niet vanuit Denemarken en Zwitserland? 

In het kaartje van de NOS hebben de verenigde Staten dezelfde kleur als Nederland, maar het aantal besmetting per hoofd van de bevolking is zes keer minder (1:70000). Wanneer je de besmettingen per hoofd van de bevolking bekijkt, is het opeens stukken begrijpelijker dat Trump ervoor kiest het vliegverkeer vanuit Europa stil te leggen.

Nauwkeurige actuele cijfers over de bevolkingsgrootte ontbreken voor veel landen, maar dat mag geen excuus zijn voor verwarrende wereldkaartjes waardoor vakantiegangers hun gecancelde reis naar New York omboeken naar een onverwacht extra avontuurlijke rondreis in IJsland.

Infographics kunnen heel behulpzaam zijn bij het nemen van beslissingen – voor burgers en voor beleidsmakers. Maar ze moeten wel uiterst zorgvuldig worden samengesteld. Leidraad moet niet alleen zijn of de getallen kloppen, maar vooral: hoe gaan mensen het plaatje begrijpen? Wat doen ze ermee? Klopt niet alleen de inhoud van het plaatje, maar ook de conclusie die de lezer er waarschijnlijk aan verbindt? In dit geval: ziet het gevaarlijkste land er ook het gevaarlijkst uit?









Het begin



Hoe vertel je wie je bent en waar je blog over gaat...

De scholen zijn dicht en zoals zovelen zit ik gedwongen thuis. De creatieve projecten over ruimtevaart, de bouw van het menselijk lichaam en wetenschap in het algemeen staan even stil. De leerlingen moeten maar even wachten totdat diezelfde wetenschap een remedie heeft gevonden tegen het nieuwe coronavirus.

Een mooie gelegenheid om een blog te beginnen. Het onderwerp van mijn blog is de manier waarop gewone mensen informatie over wetenschap en techniek – die ze bereikt uit kranten, televisie en social media – begrijpen, verwerken en gebruiken. En wat we daar dan weer met z’n allen van kunnen leren.

Als natuurkundige, schrijver van populair wetenschappelijke boeken en vakleerkracht wetenschap en techniek in het basisonderwijs, ben ik hopelijk in staat op dit gebied af en toe een bruikbaar inzicht te leveren. Of in elk geval iets te laten zien wat me opvalt in de media wat tot een glimlach of tot nadenken stemt en waar een ander dan weer iets mee kan.