Hoe laat je het grote publiek kennismaken met wetenschap en techniek?

donderdag 26 maart 2020

Snelle Conclusies op Corona Beach


Het is altijd een goed idee om naar de feiten te kijken voordat je een bericht de wereld in stuurt. Elke journalist doet dat naar eer en geweten. Toch gaat het nogal eens fout. Bijvoorbeeld omdat er uit beperkt feitenmateriaal, slechts enkele foto’s of een kort filmpje, vergaande conclusies worden getrokken. Voor de goede orde: het gaat mij er hier niet om of de conclusie klopt of niet, maar of de onderbouwing de conclusie rechtvaardigt.

mensen op het strand

😎Het kan op verschillende manieren mis gaan. De bron van het feitenmateriaal kan vooringenomen zijn. Misschien heeft de fotograaf die de drukte op het strand vastlegde wel de hele dag op de loer gelegen om die ene foto te kunnen schieten. Was het echt zo druk of wilde hij drukte zien?


😬Het materiaal kan gemanipuleerd zijn. Ik doel daarmee niet op nepnieuws, maar bijvoorbeeld op het vervormde perspectief van een telelens, waardoor het lijkt of mensen veel dichter bij elkaar zijn dan in werkelijkheid het geval is.


😶Informatie is onvolledig. Je ziet vijf mensen bij elkaar zitten op een bankje. Maar heeft iemand ze gevraagd of het huisgenoten zijn? Mensen passeren elkaar bij een smal punt op 120 cm in plaats van 150 cm. Misschien houden ze wel even hun adem in om elkaar niet te besmetten? Is dat de enige keer die dag dat ze dat overkwam?


😕Informatie is onvoldoende geanalyseerd. Heeft iemand de stoeptegels tussen de schoenen op de foto geteld om de afstanden tussen de mensen nauwkeurig te bepalen?


😈Informatie is selectief. Er verschijnt een foto van die ene drukke strandopgang. Alle parken, bospaden, dijken, heidevelden en stranden elders in Nederland waar slechts enkele wandelaars rondliepen, krijg je niet te zien.


😴De conclusie wordt niet geverifieerd. Hij lijkt ondersteund door de feiten, maar er wordt niet onderzocht of op andere wijze verkregen feitenmateriaal de conclusie ook ondersteunt, of juist tegenspreekt. Heeft de journalist ook drone-beelden verzameld? Beelden van de beveiligingscamera van de strandtent van de hele dag? Zat er iemand wandelaars te turven?


🙈Er wordt niet geïnventariseerd of er misschien andere conclusies te trekken zijn op basis van dezelfde feiten. Een probleem dat bekend staat als tunnelvisie. Zelfs voor rechercheurs die op dit punt worden getraind en voor fanatieke wie-is-de-mol-kandidaten blijft dit een lastig te vermijden valkuil.


Het trekken van een slecht onderbouwde conclusie is op zichzelf al niet zo goed, maar je mag verwachten dat de gevolgen meevallen als er open over de geldigheid gediscussieerd kan worden. Helaas lukt dat om verschillende redenen in dit geval niet:


💪De conclusie die getrokken wordt op basis van gebrekkig feitenmateriaal wordt zelf gepresenteerd als feit. “Nederland gaat massaal naar het strand”. Elke ruimte voor interpretatie wordt dichtgetimmerd. De auteur kan zelfs in de hoofden van de mensen kijken: “Wandelaars trekken zich niets aan van de richtlijnen”.

😱Er wordt een dikke emotionele saus over het bericht gegoten om het denkvermogen te vertroebelen. Je laat bijvoorbeeld een overwerkte, doodvermoeide verpleegster in tranen vertellen hoe geschrokken ze is van het beeld van al die mensen aan het strand. Je gooit er een paar emotioneel beladen woorden in als “gevaarlijk” of “asociaal”.


😇 Je dwingt iedereen te polariseren. ‘Wij’ zijn brave burgers (slachtoffers) en ‘zij’ zijn het tuig, de aso’s die de brave burgers in het ongeluk storten zonder zich ergens iets van aan te trekken (daders). Openlijk twijfelen aan de conclusies betekent dat je het opneemt voor de daders. Wie durft dat nog in deze tijd reaguurders en social media?


bijna leeg groenteschap

🐹Nog zo’n ding: het hamsteren. We waren allemaal in shock over de beelden van lege schappen in de winkels. Iedereen die boodschappen deed, kon er zelf over meepraten. Het bladerdeeg was op! Er was geen kaneel meer! Gelukkig wel melk, maar van het verkeerde merk! Ongetwijfeld is er gehamsterd. Vast wel. Maar er zijn ook andere conclusies te trekken uit de tekorten. Iedereen moest thuiswerken en de scholen en instellingen voor hoger onderwijs waren dicht. Als je gewend was een broodje te scoren in de kantine van je werk of school. Vergeet het maar. De mensa van de universiteit was dicht. Restaurants, lunchrooms, de La-Place in de bouwmarkt: gesloten. De mensen moesten dus wel naar de supermarkt. Ging je voorheen nog wel eens op je werk of op school naar de WC? Dat moet nu thuis. At je wel eens een snack bij de benzinepomp of de Mc-Drive? Nu je thuiswerkt, kom je daar niet meer zo vaak. Je peuter kreeg elke dag een plak ontbijtkoek, banaan of komkommer in het kinderdagverblijf. Die moet je nu zelf in huis halen. De vrijmibo is virtueel geworden, dus moet je zelf je drankje verzorgen. Zakenreizigers, orkesten op tournee, vakantiegangers, overwinteraars. Ze zijn bijna allemaal teruggekomen en gaan voorlopig niet meer weg. Ze zitten thuis aan de keukentafel aan de gestampte pot. En dan nog al die mensen die nu helemaal niet kunnen werken, van hotelreceptionist tot concertpianist. En dus kochten we met z'n allen plotseling meer eten, meer wc-papier, meer groente en meer koffie. Broodnodig voor al die ex-wereldreizigers, nieuwe werklozen, onvrijwillige thuiswerkers en home school leerlingen. Of dat de lege schappen verklaart? Vast niet helemaal, maar ik heb ook geen pogingen gezien om het uit te zoeken. Heeft iemand cijfers hierover? En wederom: in de media waren hamsteraars al snel aso’s. Wie durft dan nog te zeggen dat hij een extra pak wc-papier, een tros bananen en een pakje bladerdeeg heeft ingeslagen?


🙊Lees dit keurige, schijnbaar genuanceerde artikel dat gisteren op nos.nl verscheen en verbaas je over de tunnelvisie.


🐌In de wetenschap gaan dingen soms langzaam. Veel langzamer dan in de journalistiek – gelukkig. Conclusies onderbouwen is de kern van het wetenschappelijk proces. Valideren, verifiëren, weerleggen, nuanceren. Een open discussie voeren. Vermijden van emotie en polarisatie. Kwaliteitscontrole door peer review. Onderzoek dupliceren. Experimenten doen en met voorspelde uitkomsten vergelijken. Vooringenomenheid elimineren door dubbelblind onderzoek. Aannames blootleggen. Echte feiten verzamelen. Gecontroleerde getallen. Loepzuivere redeneringen. Representativiteit en gedegen statistiek. Onderbouwde conclusies onder vermelding van alle gebruikte feiten, redeneringen, onzekerheden en aannames. Dat is nou kennis.

zaterdag 21 maart 2020

Corona in kleur - update

Een korte update na mijn eerdere post. Vanochtend zag ik dat de Engelstalige Wikipedia is overgestapt op een wereldkaartje met het aantal besmettingen per hoofd van de bevolking. Hebben ze mijn bijdrage ontdekt? Nu de Nederlandse editie nog en de NOS.
wereldkaart met besmettinngen per land per hoofd
Het Parool opende gisteren met deze voorpagina. Daar snappen ze het nog niet.
voorpagina parool 20 maart - grafiekjes besmettigen per land

vrijdag 20 maart 2020

Het lichte gewicht van een cliché

antieke weegschaal

Wat weegt meer – een kilo lood of een kilo veren? Dat zou een vraag kunnen zijn uit een wetenschapsquiz voor kinderen. Iedereen weet het antwoord zonder na te denken. Het is basiskennis. We hebben het zo vaak gehoord dat het een cliché is geworden. ‘Evenveel!’ roept elke basisschoolleerling.

Maar klopt dat wel? Wat is het juiste antwoord? En waarom?

Het wordt lastiger als ik de vraag een beetje anders stel: Wat weegt meer, een kilo olijfolie (extra vergine) of een kilo heliumballonnen?’ Nu is het al minder duidelijk. Het cliché is doorbroken. Enig nadenken is vereist. Help!

Het probleem zit hem in de vraagstelling. Er zijn definities nodig van alle onderdelen van de vraag. Pas daarna kunnen we het antwoord gaan bepalen. Lood, veren en olijfolie kennen we. Geen toelichting nodig. De heliumballonnen zijn netjes opgeblazen met helium en dichtgeknoopt. Je ziet het voor je. De overige begrippen in de vraagstelling zijn veel abstracter: wegen en kilo.

Een kilo lezen we hier als kilogram. De kilogram is een maat voor een bepaalde hoeveelheid materie, te weten de massa ervan. In dit geval sluiten we maar even uit dat het experiment misschien plaatsvindt in een voertuig dat met bijna de snelheid van het licht rondjes rijdt. Einstein laten we er dus buiten. We nemen voor de massa gewoon de rustmassa van het voorwerp. Een kilogram dus.

Het werkwoord wegen kennen we ook, maar we moeten wel vastleggen hoe en waar we wegen. Om te beginnen: het gemak dient de mens, dus we gaan wegen op aarde. Om precies te zijn bij mij thuis in de keuken. Iedereen weet dat alles minder weegt op de maan. Daar trappen we niet in. En we gebruiken gewoon mijn keukenweegschaal.

Tot zover de definities. Nu de theorie. De weegschaal meet de kracht die op de bovenkant van het plateau wordt uitgeoefend. Wanneer ik er een kilopak suiker opleg, gebeurt er bij benadering dit: de zwaartekracht van de aarde trekt de suiker naar beneden met een kracht F die gelijk is aan massa m vermenigvuldigd met de valversnelling g. In formule F = m x g. Om de massa van de suiker uit te rekenen, hoeft de weegschaal alleen maar de gemeten kracht te delen door de van fabriekswege voorgeprogrammeerde valversnelling g en voilà de display toont een getal ergens in de buurt van 1000 gram. Maar de keukenweegschaal staat niet in het luchtledige. De kracht die het pak suiker uitoefent op mijn weegschaal wordt verminderd met het gewicht van de lucht die het verplaatst. Dat is de opwaartse kracht. Archimedes wist er al van. Als je weet wat het volume is van een gram suiker en het volume van een gram lucht, kun je de bijdrage van de opwaartse kracht uitrekenen. Voor het pak suiker komt dat neer op een verschil van 0,8 gram. Nauwelijks meetbaar met mijn keukenweegschaal. De cheesecake van mijn vrouw zal er niet door mislukken.

Bij een kilo lood is de afwijking nog minder dan bij suiker: 0,1 gram. Hoeveel volume een kilo veren precies inneemt, is helaas lastig vast te stellen. In plaats daarvan gebruik ik een kilo piepschuim van ongeveer 40 liter. Als we dat gaan wegen is de afwijking meer dan 50 gram! De volgende stelling is dus te verdedigen: een kilo lood weegt 50 gram meer dan een kilo piepschuim.

Is er iets mis met de weegschaal? Nee. Ik kan ook een ouderwetse balans nemen met twee schalen. Op de linker schaal leg ik een kilo lood en op de rechter een kilo piepschuim. De balans slaat uit naar links. Het lood weegt meer.

Bij heliumballonnen versus olijfolie is het nog veel erger. Een kilo helium neemt 5000 liter in. De opwaartse kracht is genoeg om een gietijzeren weegschaal van 7 kilo de lucht in te tillen. Dat lukt je niet met olijfolie.

Misschien is dit een beetje flauw voorbeeld, maar in het wetenschappelijk onderzoek speelt dit probleem altijd. Wat onderzoek je precies? Je kunt alleen zinnige conclusies trekken en uitkomsten van verschillende onderzoeken vergelijken, als je precies weet waar je het over hebt. Definities moeten worden vastgelegd. Procedures moeten worden beschreven en waar mogelijk gestandaardiseerd. Als de omgeving een rol speelt (zoals de luchtdruk in mijn keuken), moet dat keurig worden gedocumenteerd. Voor wetenschappers spreekt dat vanzelf. Maar voor journalisten, schrijvers en quizredacteuren die wetenschap willen populariseren is het een groot dilemma. Niemand zit te wachten op saaie definities, muggenzifterij over luchtdruk of gecompliceerde technische beschrijvingen van weegprocedures. Hoofdzaken graag! Het gevaar is dat meteen naar de resultaten springen het wetenschappelijk werk tekort doet. Als de lezer (bewust of onbewust) andere definities hanteert dan de schrijver, kan deze hem niet overtuigen. En dat wordt nog duizend keer verergerd door clichés: dingen die je voor waar aanneemt zonder ooit na te denken over wat er nou eigenlijk staat. Clichés schakelen elk kritisch denkvermogen uit. Juist om die reden zijn ze voor een schrijver heel verleidelijk. Je krijgt geen tegenspraak. Je denkt dat je je publiek hebt overtuigd, maar in werkelijkheid heb je het verdoofd. Vermijd clichés.

dinsdag 17 maart 2020

Corona in kleur

Hoe leg je uit waar de coronacrisis het allerergst is?

We volgen met z'n allen al wekenlang het nieuws over het nieuwe coranavirus SARS-CoV-2. Land na land werd de afgelopen tijd getroffen. Het aantal patiënten met de bijbehorende ziekte COVID-19 neemt wereldwijd toe. In elke talkshow is wel een viroloog of epidemioloog te vinden om uitleg te geven bij de verspreiding van het virus. Premier Rutte benadrukt terecht het belang van luisteren naar de experts op dit gebied.

Maar in welke vorm bereikt de informatie van die experts het grote publiek? Het zijn vaak de plaatjes die het meest bijblijven en onbewust ook de meeste invloed hebben. De NOS toont in een live blog elke dag een nieuw wereldkaartje met de actuele stand van de besmettingen. Zulke kaartjes vind je ook terug op bijvoorbeeld wikipedia. Hieronder het kaartje van 2 maart.



Je ziet China en Iran nachtmerrie-achtig donkerrood, Frankrijk en Duitsland best-ook-wel-donkerrood, Nederland enigszins geruststellend donkerrose. San Marino is een lichtroze lichtpuntje in Europa net als Vatikaanstad. De conclusie lijkt duidelijk: een trip naar China of Italië is levensgevaarlijk. De keuze van de vormgever voor de kleur rood versterkt het idee van gevaar. Maar hoeveel zegt zo’n kaartje nou écht? ter vergelijking het kaartje van vandaag, 17 maart:

China, Italië en nu ook Iran lijken de gevaarlijkste plekken. Maar hoe erg de crisis in een land is, hangt af van het aantal zieke patiënten per beschikbaar ziekenhuisbed. Er zijn geen cijfers te vinden over het aantal bedden en ook niet over het aantal zieken. Ik hoor je denken: maar daar is toch elke dag die update van? Inderdaad verwerkt de NOS elke dag de actuele gegevens van de WHO in het bekende kaartje. Maar die getallen zijn het totaal aantal positief geteste patiënten. In Nederland worden huisgenoten niet getest en dus ook niet meegeteld. Verkouden thuiszitters worden ook niet getest en dus niet geteld.

In veel landen, waaronder Nederland, worden alleen de nieuwe besmettingen gemeld. Er wordt niet bijgehouden of patiënten alweer genezen zijn. Hoeveel mensen tegelijkertijd ziek zijn weten we daarom niet. Er kunnen niet alleen meer, maar ook best heel veel minder patiënten zijn dan je op basis van de getallen zou denken. Vooral in China is dit het geval, want daar waart het virus al wat langer rond en zijn er dus ook meer patiënten weer naar huis. Er komen ook niet veel nieuwe besmettingen meer bij, dus de genomen maatregelen lijken daar te werken.


Een groot land heeft meer bedden en kan dus meer zieken aan. Dat lijkt logisch, maar dat zie je niet terug in het kaartje. We gaan even voorbij aan het feit dat je besmettelijke patiënten niet over grote afstanden wilt vervoeren. In Brabant komen ziekenhuizen in de knel, ondanks dat er bedden genoeg zijn in Groningen. In een enorm land als China speelt dat nog veel sterker. 

Als we toch bij gebrek aan beter een recente schatting van de bevolkingsgrootte per land meewegen, komt de wereld er heel anders uit te zien:

Nederland is China al voorbij (1 positief geteste op 12000 inwoners, China 1:17000). Bovenaan het lijstje komen San Marino (1:300) en Vatikaanstad (1:800). Dat zijn kleine landjes, maar toch. In Vatikaanstad is er letterlijk één vastgestelde besmetting op de 800 mensen die er wonen.
Van de grote landen zijn IJsland (1:1800) en Italië (1:2000) de landen met of de meeste besmettingen. Waarom is er wel een inreisverbod vanuit China, maar niet vanuit Denemarken en Zwitserland? 

In het kaartje van de NOS hebben de verenigde Staten dezelfde kleur als Nederland, maar het aantal besmetting per hoofd van de bevolking is zes keer minder (1:70000). Wanneer je de besmettingen per hoofd van de bevolking bekijkt, is het opeens stukken begrijpelijker dat Trump ervoor kiest het vliegverkeer vanuit Europa stil te leggen.

Nauwkeurige actuele cijfers over de bevolkingsgrootte ontbreken voor veel landen, maar dat mag geen excuus zijn voor verwarrende wereldkaartjes waardoor vakantiegangers hun gecancelde reis naar New York omboeken naar een onverwacht extra avontuurlijke rondreis in IJsland.

Infographics kunnen heel behulpzaam zijn bij het nemen van beslissingen – voor burgers en voor beleidsmakers. Maar ze moeten wel uiterst zorgvuldig worden samengesteld. Leidraad moet niet alleen zijn of de getallen kloppen, maar vooral: hoe gaan mensen het plaatje begrijpen? Wat doen ze ermee? Klopt niet alleen de inhoud van het plaatje, maar ook de conclusie die de lezer er waarschijnlijk aan verbindt? In dit geval: ziet het gevaarlijkste land er ook het gevaarlijkst uit?









Het begin



Hoe vertel je wie je bent en waar je blog over gaat...

De scholen zijn dicht en zoals zovelen zit ik gedwongen thuis. De creatieve projecten over ruimtevaart, de bouw van het menselijk lichaam en wetenschap in het algemeen staan even stil. De leerlingen moeten maar even wachten totdat diezelfde wetenschap een remedie heeft gevonden tegen het nieuwe coronavirus.

Een mooie gelegenheid om een blog te beginnen. Het onderwerp van mijn blog is de manier waarop gewone mensen informatie over wetenschap en techniek – die ze bereikt uit kranten, televisie en social media – begrijpen, verwerken en gebruiken. En wat we daar dan weer met z’n allen van kunnen leren.

Als natuurkundige, schrijver van populair wetenschappelijke boeken en vakleerkracht wetenschap en techniek in het basisonderwijs, ben ik hopelijk in staat op dit gebied af en toe een bruikbaar inzicht te leveren. Of in elk geval iets te laten zien wat me opvalt in de media wat tot een glimlach of tot nadenken stemt en waar een ander dan weer iets mee kan.